Het Stonehenge mysterie

De eerste vermelding over Stonehenge was in 1135. Geoffrey of Monmouth schreef in zijn Historia Regum Brittaniae (Historie van de Engelse Koningen) dat Stonehenge is gebouwd onder leiding van de Britse koning Vortigern als een monument ter nagedachtenis aan 460 omgebrachte Engelse hoofdmannen in een slag daar in de buurt in 490 voor Christus. Toen Vortigern de doden bezocht liep hij te peinzen over hoe hij de overleden mannen kon eren. Uitkomst werd geboden door de Aartsbisschop die Merlijn aanwees als de geschikte man voor dit werk. Merlijn zou een helderziende profeet zijn met een behoorlijke technische kennis. Merlijn werd naar de koning gebracht en daar droeg hij een plan voor een passend monument aan de koning voor: de ‘Giants Ring’ in Kildare, Ierland. Dat zou verplaatst moeten worden en precies als in Kildare opgezet, dan zou het monument voor eeuwig blijven staan.

Volgens velen is Henry of Huntington echter degene die het eerst Stonehenge in de literatuur betrekt: in zijn Historia Anglorum uit 1154 noemt hij Stonehenge als het 2e wonder van Brittannië. Henry gebruikte, zoals velen in die tijd, de aannames en filosofieën van Geoffrey.

Onderzoek aan Stonehenge
Nadat Inigo Jones in 1652 overleden was, bracht zijn schoonzoon John Webb in 1655 zijn boek Stone-heng Restored uit. Jones had de stenen vrij degelijk bestudeerd, heeft bergen notities gemaakt en hij was de eerste die de stenen opmat . Zijn studie resulteerde in de eerste serieuze poging om achter de mysteries van Stonehenge te komen. Hij merkte op dat het opmerkelijk was dat de Romeinen Stonehenge niet hadden neergehaald, terwijl ze wel hele heilige wouden hadden gekapt.

Volgens een andere 17de eeuwse onderzoeker,John Aubrey, stond  Stonehenge in verbinding  met druïden. In deze stelling werd hij later gesteund door William Stukeley. Deze twee mannen hebben vrij veel onderzoek gedaan naar Stonehenge en andere monumenten in de omgeving.Aubrey dacht dat Stonehenge niet Romeins was en niets met Ierse magie te maken had.  En dat het ook niet een plaats is waar geleefd werd of een begraafplaats is. Beide dachten dat Stonehenge te maken had met druïden, die meegekomen waren met een groep Phoenicische kolonisten.

In 1829 kwam een boek uit van  archeoloog  Godfrey Higgins [1772-1833] genaamd The Celtic Druids. Hierin haalt hij notities aan van mr. Waltire, een natuurfilosoof en astronoom. Deze stelde dat Stonehenge voor meerdere doeleinden was gebouwd: het zou zo gebouwd zijn zodat als iemand voor de Altaarsteen zou staan hij door iedereen in het monument gehoord zou worden. Ook zouden er astronomische observaties worden verricht. De grafheuvels  in de omgeving van Stonehenge zouden dan de plaats van bepaalde sterrenstelsels aanwijzen. Volgens  Waltire zouden  sommige oude constructies in het Britse landschap bedoeld zijn om vanuit de lucht te worden gezien, maar gemaakt zijn eeuwen voordat de eerste ballon het luchtruim koos!

Etymologie

Volgens  Christopher Chippindale’s  boek Stonehenge Complete komt de  naam Stonehenge  van de oud-Engelse woorden ‘stān’, dit betekend;  ‘ steen’ en ‘hencg’ komt overeen met het Engelse woord ‘hinge’  of  ‘verbin-ding’ (de stenen liggers zijn verbonden met de opstaande stenen). Een andere mogelijkheid voor de betekenis van het woord ‘henge’ is het oud-Engelse ‘hen(c)en’ wat ‘hangen’ of ‘galg’ betekent. Middeleeuwse galgen hadden vaak de structuur van staande stenen verbonden door een horizontale balk zoals bij Stonehenge. Eerder dan de omgekeerde L-vorm die later meer in gebruik was. Het ‘henge’ achtervoegsel wordt bij uitbreiding gebruikt voor monumenten uit de prehistorie met een cirkelvormige structuur. Archeologen definiëren een ‘henge’ als een structuur bestaande uit een cirkelvormige verhoogde afsluiting. Stonehenge is in dezelfde tijd gebouwd als andere ‘henges’ uit de steentijd. Het Stonehenge-complex werd gebouwd in verschillende fases die samen minstens 3.000 jaar overspannen. Er zijn bewijzen voor activiteiten voor en na de eigenlijke bouwfases, waardoor de tijdspanne van ‘gebruik’ van het monument geraamd kan worden op 6.500 jaar.

De tijd voor het monument

Er zijn 4 (misschien 5) paalkuilen gevonden onder de huidige toeristen-parkeerplaats nabij de site. Deze  paalkuilen konden worden gedateerd tot rond  8.000 jaar voor Chr. [= middensteentijd].

Stonehenge I  [circa  3.100 voor Chr.]

De eerste Stonehenge was een groot grond-werk, bestaande uit een gracht en een aarden ringwal in het open grasland met een diameter van 110 meter. Er was een grote ingang in het noordoosten en een kleinere ingang in het zuiden.  De bouwers plaatsten de beenderen van herten en runderen en een paar vuurstenen werktuigen in de bodem van de gracht. De beenderen waren veel ouder dan de geweien die gebruikt werden om de gracht te graven en de mensen die de beenderen  begroeven, hebben ze blijkbaar een hele tijd bewaard voordat ze in de gracht begraven werden.

Binnen de ringwal ligt een krans van 56 kuilen, de Aubrey-gaten. Britse archeologen vermoeden dat de Aubrey-gaten rond 3.100 voor Chr. [ in de jonge-steentijd 3.700 – 3.000 voor Chr.], zijn aangelegd. Aubrey-gaten zijn ronde kuilen in het krijt, ongeveer 1 m breed en diep, met steile wanden en een vlakke bodem. (De Aubrey-gaten zijn vernoemd naar de ontdekker John Aubrey [1628-1697].)

Stonehenge II [circa. 3.000 voor Chr.]

Meerdere staande palen werden geplaatst aan de noordoost ingang en ook aan de zuidelijke ingang. De paalkuilen waren hier kleiner dan die van de eerste bouwfase (ong. 40 cm). De grotere kuilen van de vorige fase werden meer en meer als begraafplaats gebruikt. Archeologische opgravingen hebben aangetoond dat gecremeerde menselijke botten in een deel van de Aubrey-gaten lagen. Deze gaten zelf waren vermoedelijk niet voor het doel van de graven, maar een onderdeel van de religieuze ceremonie. Ook de gracht werd als begraafplaats van assen na een crematie gebruikt. Minstens 30 verschillende crematies werden zo gevonden. (Er werden fragmenten van onverbrande menselijke beenderen gevonden in de gracht).

Hierdoor wordt Stonehenge meer en meer geïnterpreteerd als een crematie- en begraafplaats, de oudst bekende in het Verenigd Koninkrijk . De gevonden potscherven in de onmiddellijke buurt droegen bij tot datering.

Stonehenge III-1  [circa. 2.600 voor Chr.]

Opgravingen toonden aan dat rond 2.600 voor Chr. bouwen met hout werd verlaten ten gunste van steen. In het centrum van de site werden gaten gevonden in de vorm van twee concentrische open cirkels. Dit zijn de zogenoemde Q en R-gaten. De gaten bevatten tot 80 staande stenen. Men dacht tot voor kort dat de stenen door mensen vanuit Wales tot op de bouwplaats werden gebracht. Volgens een nieuwere theorie zijn ze door gletsjers verplaatst. Andere staande stenen werden later gebruikt als liggende steen. De vier ton wegende stenen werden gehouwen uit gevlekte doloriet  uit het Ordovicium maar er waren er ook van ryoliet, tufsteen, en kalkhoudende lavasteen. Elke steen was 2 meter hoog, 1 à 1,5 meter breed en ongeveer o,80 m dik. De steen die bekend geraakte als de Altaarsteen kwam uit South Pembrokeshire  en stond waarschijnlijk in het monument opgesteld als alleenstaande grote monoliet ( = bouwsel uit een steenblok).

De noordoostelijke ingang werd in deze periode verbreed waardoor hij juist in de richting van de midzomerzon opkomst en de midwinter zonsondergang kwam. Ook werd de Heelstone (= Hielsteen), een tertiaire zandsteen, waarschijnlijk in deze periode aan de noordoostelijke ingang geplaatst. Een precieze datering hiervan is niet mogelijk. Van deze periode dateert ook de Avenue, een paar parallel liggende grachten die elk 3 km lang zijn, vanaf de noordoostelijke ingang.

Stonehenge III-2  [2.600 tot 2.400 voor Chr.]

In de volgende belangrijke fase van bouwactiviteit werden 30 enorme Sarsenstenen  meegenomen uit de Marlborough Downs – in de buurt van Avebury, graafschap Wiltshire – ongeveer 15 km ten noorden van Stonehenge. (Sarsen is een soort zandsteen.) De grootsten van de Sarsenstenen die vervoerd werden naar Stonehenge wegen 50 ton en zijn circa 6 á 8 m hoog. Hierdoor moet vervoer over water onmogelijk zijn geweest. Deze stenen kunnen alleen zijn verplaatst met behulp van sledes en touwen. Moderne berekeningen tonen aan dat 500 mannen nodig waren om, met behulp van leren touwen, een ​​steen te trekken en dat er nog eens 100 man extra nodig waren om de enorme rollers in de voorkant van de slee te leggen. De Sarsenstenen werden gerangschikt in een buitenste cirkel met een continu gebruik van de lateien. Binnen de cirkel werden 5 trilithons met bovendorpels geplaatst in een hoefijzer opstelling, waarvan we de resten vandaag nog kunnen zien.

Bij het stapelen van de stenen werden pen- en gatverbindingen toegepast. De horizontale stenen die bovenop lagen werden onderling verbonden door een messing en groefverbinding (dit is een klassieke houtbewerking verbinding). De stenen van elk; 25 ton zwaar werden bewerkt met het duidelijke idee in gedachten van de open cirkel. De liggende stenen waren lichtjes gebogen. De staande stenen waren naar boven toe breder oeen effect van hoogte te versterken. De binnenkanten van de stenen werden fijner bewerkt dan de buitenkanten. Binnen de buitenste cirkel werden vijf trilithons geplaatst in de vorm van een hoefijzer, met het open einde in de richting van het noord-oosten. Van de grootste trilithon staat er nog slechts één steen recht. Hij steekt 6 m 70 boven de grond uit en staat 2 m 40 in de grond.

De ingekerfde figuren van een ‘dolk’ en 14 ‘bijlhoofden’ werden gevonden op één van de Sarsenstenen. Nog meer ‘bijlhoofden’ werden gevonden op 3 andere stenen. De afbeeldingen lijken op wapens in de bronstijd. Deze periode is, aan de hand van koolstofdatering, gedateerd tussen 2.600 en 2.400 voor Christus. In de onmiddellijke nabijheid van Stonehenge  werden twee graven ontdekt die van een iets latere tijd dateren. De ‘Stonehenge Archer graf’ werd in 1978 al ontdekt in de buitenste gracht van het monument.

In deze periode werden, 2 km van Stonehenge, een grote houten cirkel en een andere Avenue geconstrueerd op de archeologische site Durrington Walls. De positionering tegenover de zonsondergang en zonsopkomst op midzomer- en midwinterdag is tegenovergesteld van die van  Stonehenge zodat het niet onwaarschijnlijk is dat er processies waren van de ene cirkel naar de andere op de kortste en de langste dag van het jaar. Het lijkt er op dat de cirkel in Durrington hierbij gold als een land van de levenden, waarbij Stonehenge het land van de dood was.

Stonehenge III-3  [2.400 voor Chr.]

Vanuit de Preselibergen (Zuidwest Wales) – dit gebergte ligt op een afstand van 250-300 km van Salisbury – werden circa 82 bluestones overgebracht naar Stonehenge. Men denkt dat deze stenen – waarvan sommige met een gewicht van 4 ton – elk werden gesleept met boomstammetjes en sleeën naar de bovenloop van de Milford Haven en vervolgens geladen op vlotten. Daarna werden de bluestones  op de vlotten  vervoerd over de rivieren Avon en Fromeom tot bij de lvorens en dan naar de buurt van Warminster (Wiltshire). Het laatste deel van de reis ging over de rivier Wylye naar Salisbury en dan verder via de rivier Salisbury Avon naar het westen van Amesbury. Eenmaal op de huidige archeologische site, werden de blauwe stenen opgericht in het midden om een ​​onvolledige dubbele cirkel te vormen. In dezelfde periode werd de oorspronkelijke ingang van de cirkelvormige aarden wal verbreed en een paar van de Heel-stones werden opgericht. Ook de ‘dichter’, een deel van de 2.700 m lange Avenue, werd gebouwd in lijn met de midzomer zonsopgang. De opening lag op het oosten, waar een grote steen, de Heelstone, was geplaatst.

‘Geest stenen 

In bepaalde staande  bluestones  zijn gezichten te zien. Dit zijn zogenaamde ‘geiststenen’. Het zijn energieën die in een andere dimensie leven. De prechristelijke priesters konden via paranormale gedachtekracht in contact komen met de steengeesten. Door het verplaatsen van deze stenen via leylijnen werden de sarsenstenen en de bluestones lichter (een soort levitatie). Opmerkelijk is dat elk jaar diverse soorten graancirkels in de wijde omgeving ontstaan.  De plaatsing van de bovendorpels moet gebeurd zijn met onzichtbare natuurwezens, namelijk reuzen. De priesters konden via paranormale gedachtekracht met dit onzichtbare wezen communiceren. (Over de hele wereld komen verhalen voor over reuzen.)

Stonehenge III -4 [2.300 tot 1930 voor Chr.]

Dit  is de  laatste bouwperiode . De bluestones werden tijdens deze periode voor de eerste keer opnieuw rechtgezet. Exacte gegevens hierover ontbreken nog steeds. De inkervingen tonen aan dat de stenen mogelijk deel werden van een voor een stuk uit hout opgetrokken structuur.  Later tijdens deze periode werden bluestones herschikt tot een ovalen structuur in het centrum. De altaarsteen werd mogelijk rechtop geplaatst. De nieuwere constructies waren minder grondig in de bodem verankerd waardoor sommige stenen in deze periode begonnen over te hellen. Na deze periode werden nog slechts kleine aanpassingen aan het monument gedaan.

Kort daarna werd de noordoostelijke sectie van de cirkel verwijderd waardoor de vorm van de centrale Sarsenstenen gespiegeld werd. Het oorspronkelijke aantal stenen in de arduinen-kring was waarschijnlijk rond de 60, en zijn vermoedelijk in deze periode verwijderd of afgebroken.  Sommige resten van de stenen uit de arduinen-kring bleven achter als stronken onder het maaiveld.

Onder één van de stenen van Stonehenge is koperoxide gevonden uit deze bouwperiode, dit kan betekenen dat daar een koperen voorwerp als een soort van ‘bouwoffer’ is begraven. In september 2008 maakten Britse archeologen nieuwe bevindingen openbaar, zij waren de eersten die sinds 1946 onderzoek mochten doen bij Stonehenge. Zij dateren de huidige bouw van Stonehenge op 2.300 voor Chr., 300 jaar jonger dan eerder werd aangenomen. De functie van de steencirkel was volgens archeologen  een gezondheidscentrum. Er zijn veel skeletten gevonden (waarvan niet alle uit de nabije omgeving afkomstig) met lichamelijke aandoeningen. De Britse archeologen zien Stonehenge als het Lourdes van de oudheid. Volgens deze archeologen hadden vooral de bluestones (uit Wales) een belangrijke functie.

Stonehenge vanaf 1.600 voor Chr.

Het Stonehenge dat we vandaag zien is in deze periode – de ijzertijd –  voor het laatst gebruikt. Binnen en buiten het monument werden Romeinse en middeleeuwse munten en artefacten opgegraven maar het is niet bekend of de site op dat moment nog een echte functie had.

Leylijnen
Stonehenge is ook erg bekend bijwichelroedelopers. De plek zou namelijk een kruising  van leylijnen bevatten. Een van deze leylijnen komt precies uit in de kathedraal in Avebury.

De Britse wichelroedeloper en amateurarcheoloog Alfred Watkins schreef circa 1925 in zijn boek The old straight track dat de Altaarsteen van Stonehenge op 4 leylijnen ligt. Hij ontdekte dat Stonehenge d.m.v. leylijnen in contact staat met 10 grafheuvels uit de brons- en ijzertijd [dit is van 2.100 tot 250 voor Chr.] in de wijde omgeving. Volgens Watkins ligt de Avenue op een oude weg die op een lange leylijn ligt.

Professor Norman Lockyer [1836-1920] meent dat de leylijn die op de midzomerwende in Stonehenge ligt doorloopt naar de Keltische grafheuvel in het Franse Carnac. Hij noemde deze lijn ‘Tan Heol’.

Volgens wichelroedeloper en historicus Wigholt Vleer ligt bij Stonehenge een leycentrum [LC] met een doorsnee van 828 meter waarvan de uitstraling  414 meter is. Volgens Vleer kunnen de zware rotsstenen van Stonehenge zijn geplaatst om de gebundelde (onzichtbare) energie vast te houden.

 Drs. Sietse van der Tuin, auteur van het leylijnenboek Fysica van de Heiligheid,  heeft eind vorige eeuw Stonehenge bezocht. Hij benaderde  met de wichelroede deze mythische steenkring vanuit het noorden, oosten en westen, elke keer op 1 kilometer afstand. Pas op 250 meter wees de wichelroede op de indrukwekkende stenen. Van der Tuin ontdekte dat het LC binnen het monument is en wel aan de westelijke zijde.  Hij vermoedt dat de Preseli Hills in Wales een gerenommeerd heilig gebied was, waarvan de stenen gevraagde artikelen waren.

 Archeologie

Archeologen aan de Universitiet van Sheffield hebben door koolstofdatering van gecremeerde menselijke resten – gevonden op Stonehenge –  kunnen aantonen dat het monument als een begraafplaats gebruikt werd van 3.100 voor Chr. tot nadat de stenen werden opgericht rond 2.500 v.Chr.  De deskundigen nemen aan dat de menselijke resten graven zijn van natuurlijk gestorven leden van één elitefamilie en haar nakomelingen, waarschijnlijk een dynastie van heersers.

Opgravingen, ondersteund door National Geographic, op de archeologische site van Durrington Walls  – in de buurt van Stonehenge  – legden een enorme nederzetting bloot die honderden mensen onderdak bood. Archeologen geloven dat deze nederzetting bewoond werd door de bouwers van het Stonehenge.

De Heelstone 

De Heelstone wordt ook gezien als een moge-lijke indicator voor de maans-opkomst in bepaalde periodes. De lijnen tussen de Station stones 91-92 en 93-94 blijken parallel te lopen aan de as van de Avenue  en daarmee aan de as van de zomer-zonnewende met het midden van Stonehenge. Verder hebben de Station Stones ook nog een andere functie: vanuit het midden van de cirkel gezien geeft steen 93 de zonsondergang op 6 mei en 8 augustus aan, steen 91 doet hetzelfde voor 5 februari en 8 november. De zomerzonnewende wordt zoals gezegd aangegeven door de Heelstone en de Avenue en als je de as van de Avenue door zou trekken naar het zuiden krijg je daar de plek van de midwinterzons-ondergang.                    Dit geeft een ruwe onderverdeling van het jaar in 8 maanden, elk van ongeveer 45 dagen.  Alleen de dagen die precies tussen de zonnewendes in vielen zijn hier nog niet mee aangegeven, maar dit werd opgelost door mr. C.A. Newham, die de indicator hiervoor vond in de lijn tussen steen 94 en een van de gaten in de Avenue.

De maan

In 1963 kwam men op het idee dat Stonehenge wel eens een maanobser-vatorium zou kunnen zijn. De bewegingen van de maan zijn veel complexer dan die van de zon en daarom is het ook wat moeilijker om hier wat voor te maken. De maan volgt namelijk een ritme dat zich eens in de 18,61 jaar herhaalt.

Toen dr. Gerald Hawkins de lijnen tussen alle stenen van Stonehenge onderling invoerde in een computer en de rekencapaciteiten van de machine er op los liet, vond hij sterke bewijzen dat Stonehenge belangrijke punten in de maanscycli aangaf.  Gedurende de 18,61 jaar van een maancyclus verschilt de hoek waarin de maan opkomt en ondergaat tussen de 50 en de 30 graden aan weerszijden van zowel het oosten als het westen. Newham ontdekte dat de Station stones de extreme maansopkomsten en -ondergangen markeerden. Het kwam als een complete verrassing dat hij ook nog eens ontdekte dat de opening in de wal en greppel eigenlijk niet samen met de Avenue de zonsopkomst op de zomerzonnewende markeerde, maar de plek waar de maan opkomt op het meest noordelijke punt. Dit is iets verder noordelijk dan de zonsopkomst. Verder zijn in de opening gaten gevonden die palen hebben bevat. Deze palen zijn vermoedelijk elke midwinternacht opgezet om de opkomst van de volle maan te markeren. Hierdoor werd het vermoeden sterker dat Stonehenge in de eerste bouwperiode [circa  3.100 voor Chr.] een maanobservatorium was.

Verder hebben aan de linkerkant van de Heelstone  houten palen gestaan die precies samenvielen met kleine gaten in de dekstenen van de Sarsen-cirkel in de derde bouwfase [2.600 tot 2.400 voor Chr.]. De afwijking die de lijnen tussen de gaten vertoonden met de meest noordelijke maansopkomst, is 0,2 graden. Precies de afwijking die de aarde in haar wenteling om haar as zou hebben gekregen in de jaren tussen toen en nu. 

Professor dr. Alexander Thom, hoogleraar astronomie heeft vrijwel alle steenkringen bestudeerd. Ook  heeft hij onderzoek gedaan naar markeringen aan de horizon, die belang-rijke momenten in de maancyclus aan zouden kunnen geven. Hij dacht dat de heuvels  de basis zouden kunnen zijn geweest voor grote houten palen. Maar Newham’s vinding met de volmaakte rechthoek van de Station stones en de parallellen ertussen lijkt belangrijker. Als Stonehenge 80 kilometer naar het noorden of zuiden zou hebben gelegen, zou de afwijking in de rechthoek al 2 graden bedragen en dus een parallellogram vormen. Als Stonehenge in de eerste bouwfase een maanobservatorium zou zijn geweest, zou het waarschijnlijk zijn geweest dat het tegelijk met andere observatoria in Engeland opgezet is en dat het vanwege de bijzondere plaats verder is ontwikkeld.  De Stonehenge II en III van Stonehenge lijken van minder astronomisch belang te zijn, met uitzonderingen van de midzomerzonsopkomst bepaling en misschien de gaten in de dekstenen. Prof. Thom heeft bewijzen dat Schotse astronomen markeringen aan de horizon gebruikten om kleine veranderingen in de bewegingen van de maan waar te nemen. Als deze markeringen ook bij Stonehenge aanwezig zijn geweest, zou het best mogelijk kunnen zijn dat deze methode voor het eerst perfect heeft gewerkt bij Stonehenge en later is geëxporteerd naar andere plaatsen.

Stonehenge: een verbluffend monument van menselijk kunnen

door prof. dr. P.C. van der Kruit

Op het noordelijke halfrond komt de zon op in het noordoosten en gaat onder in het noordwesten. Als we in de loop van een jaar kijken waar de zon opkomt, dan is dit bij het begin van de lente op 21 maart precies het oosten, gaat dan langzaam naar het noordoosten tot ongeveer 21 juni, gaat dan weer terug naar het oosten (ca. 23 september) en dan naar het zuidoosten vlak voor Kerstmis. Hoever deze afwijkingen zijn hangt af van waar je bent.

Bij Stonehenge (geografische breedte 51,3 graden) komt de zon in de zomer 90 – 51,3 + 23,5 = 62,2 graden boven de horizon midden op de dag. In de winter is dat 90 – 51,3 – 23,5 = 15,2 graden.

Dus in de loop van het jaar is er een systematische schommeling in waar aan de horizon de zon opkomt. Overigens is het zo dat de seizoenen niet precies even lang duren, omdat de aarde niet in een cirkelbaan om de zon gaat. Het is een ellips; het verschil is klein, maar genoeg om een duidelijk variërende snelheid te hebben in de baan. Het resulterende verschil in de seizoenen is van de orde van een paar dagen en in de Griekse oudheid heeft men dat al gemeten. De Stonehenge mensen wisten dit waarschijnlijk ook. Op 5 januari zijn wij het dichtst bij de zon. De maan draait om de aarde in een baan die in een vlak ligt dat ongeveer 6 graden (de helling van de maanbaan) afwijkt van dat van de aarde rond de zon. Als het volle maan is in de winter, komt de maan midden in de nacht in principe net zo hoog als de zon overdag in de zomer, maar door die helling van de maanbaan kan dat tot 6 graden minder of meer zijn.

Stonehenge als observatorium van zon en maan

De meest bekende oriën-tatie van Stonehenge heeft te maken met het midden van de zomer. Als je in het midden van de Sarsen-ring gaat staan zie je, precies tussen twee Sarsenstenen door, de Heelstone. En dat is precies de positie waar de zon op 21 juni opkomt. Dit is de belangrijkste as van het monument. De opening van het hoefijzer en de Avenue (= brede laan naar de Heelstone) geven dus de richting van de meest noordelijke zonsopkomst aan. Ook de Station stones hebben een dergelijke oriëntatie. De korte zijden van de rechthoek die ze vormen, wijzen naar dezelfde richting. De lange zijden geven de richtingen aan van de meest noordelijke ondergang van de maan (dit gebeurt in de winter) en de meest zuidelijke opkomst van de maan in de zomer). De diagonaal tussen de twee stenen zonder heuvel geven de meest zuidelijke opkomst van de maan in de winter aan en de meest noordelijke opkomst van de maan in de zomer. Echter, deze richtingen blijken bij precieze meting niet precies te zijn; ze zijn een halve tot soms een hele graad fout! Waarom die kleine verschillen? Dit komt omdat de inclinatie van de aardas en het vlak van de maanbaan in de loop der tijd een beetje heen en weer schommelen als gevolg van de invloed van de zon op de (enigszins afgeplatte) aarde en op de baan van de maan.

Nu zijn die schommelingen goed bekend en begrepen en we kunnen ze dus voor tijdstippen in het verleden uitrekenen. En wat blijkt dan: tijdens de bouw van Stonehenge waren de richtingen en oriëntaties exact gelijk!

Stonehenge was dus een observatorium van de zon en de maan. Natuurlijk niet alleen, want het bouwwerk van Sarsen-stenen en de trithilons is daarvoor niet nodig en zal dus wel een religieuze of rituele functie hebben gehad. Het is niet onwaarschijnlijk dat in deze functie, de zon en maan een belangrijke rol speelden en in de belevingswereld van de Stonehenge bouwers en een ordenende rol moeten hebben gehad in het mensenleven.. De waarneming van de zon en maan is meer dan het ritme van dag en nacht, zomer en winter en volle tot nieuwe maan.  Voor de Stonehenge bouwers moet het zo fundamenteel geweest zijn dat ze er een uitzonderlijk groot deel van hun energie en potentieel aan menskracht aan besteedden, terwijl voorzien in voedsel toch al moeilijk en tijdrovend genoeg moet zijn geweest.

Wat ik tot nu toe gezegd heb staat redelijk goed vast. Maar er zijn aanwij-zingen, hoewel geen bewijzen, dat Stonehenge gebruikt kan zijn geweest als een voorspeller van zons- en maansverduisteringen. Een volledige maans-verduistering en een gedeeltelijke zonsverduistering hebben de meesten van ons wel eens gezien en dat is een bijzonder schouwspel. Voor de Stonehenge mensen moet het een zeer bedreigende ervaring zijn geweest.

Een maansverduistering treedt uiteraard altijd op bij volle maan en een zonsverduistering bij nieuwe maan. De reden dat er niet elke maand een zons- en een maansverduistering is, is dat de baan van de maan een hoek maakt met het baanvlak van de aarde.  Bij volle maan gaat bijvoorbeeld de schaduw van de aarde meestal boven of onder de maan langs. Alleen als de maan in zijn baan het vlak van de aardbaan kruist en het tegelijk nieuwe of volle maan is, treedt een verduistering op. Dus gaat het om de snijlijn van de vlakken van de maanbaan en de aardbaan. Ook die heeft een richting en correspondeert dus met twee tegenoverstaande posities aan de hemel die men de knopen noemt. Dus als de zon, maan en knopen aan de hemel samenvallen of tegenover elkaar staan treedt een verduistering op.

Overigens hoeft dat niet zo precies te zijn; voor een gedeeltelijke maansverduistering is dat zo’n 10 graden en voor een zonsverduistering 15 graden, maar minder is nodig voor een totale verduistering. Men kan uitrekenen, dat elk jaar op aarde minimaal twee verduisteringen plaats vinden en maximaal zeven (gedeeltelijke en totale zons- en maansverduis-teringen samen). Iets minder dan de helft daarvan is vanaf een bepaalde plaats ook zichtbaar.

De zon gaat in een jaar (365,25 dagen) een keer rond de hemel; dat wil zeggen ten opzichte van de achterliggende sterrenhemel, hoewel je die niet ziet als de zon op is. De maan gaat in 27,32 dagen rond de aarde en haalt dus de zon aan de hemel ongeveer eens per maand in. Maar het probleem is dat die knopen, die zo belangrijk zijn voor het voorkomen van een verduister-ing, ook over de hemel rondlopen. Dat komt omdat de storing van de zon op de baan van de maan zodanig is, dat het vlak langzaam schommelt (terwijl de helling ongeveer hetzelfde blijft). De knopen lopen daardoor eens in de 18,61 jaar de hemel rond (in tegenovergestelde richting aan de zon en maan).

Nu kun je inzien dat je, als je een cirkel maakt en de zon, maan en knopen rond laat gaan, je verduisteringen kunt voorspellen door te kijken wanneer ze ongeveer op een lijn staan. Je moet alleen weten van die knopen; en hoe konden de Stonehenge bouwers dat? Wel, diezelfde periode van 18,61 jaar zie je in de opkomst van de maan. Elk jaar zal bijv. de meest noordelijke maansopkomst te meten zijn, maar alleen om de 18,61 jaar bereikt die de meest noordelijk positie die mogelijk is, en de Stonehenge bouwers moeten dat gezien hebben. Dat een verduistering optrad als de zon en maan op een lijn staan zullen ze snel ontdekt hebben, maar uit omstandigheden van verduisteringen zullen ze hebben kunnen afleiden, dat er een derde, onzichtbaar iets was, dat ook op diezelfde lijn moest staan als de zon en maan dat in 18,61 jaar de hemel rondgaat.

Stonehenge als voorspeller van verduisteringen

Men heeft zich lang het hoofd gebroken over waar die Aubrey-gaten voor waren, waarom het er 56 waren en waarom zo’n grote cirkel. Alles is in overeenstemming te brengen met de gedachte dat het gebruikt werd als een voorspeller van verduisteringen. Dat zou dan als volgt gewerkt hebben: neem een steen die de zon voorstelt en laat die rond gaan door hem elke 13 dagen twee gaten te verplaatsen. Neem een tweede steen voor de maan en verplaats die twee gaten per dag. En een derde steen voor de knopen die elk jaar drie gaten de andere kant opgaat. Als die stenen ongeveer op een rij staan krijg je een verduistering. Staan de zon en maan tegenover elkaar dan krijg je een maansverduistering en staan ze bij elkaar een zonsverduistering. Een grote nauwkeurigheid is geen noodzaak. Wel is het zo dat ruim de helft van die verduisteringen niet zichtbaar zijn. Maar het gaat nooit mis: elke verduistering wordt voorspeld. Je zou het nu nog zo kunnen doen.

Laten we nog even in detail kijken naar dat recept van het verplaatsen van die stenen. De zon gaat volgens de steen rond in 364 dagen; 1,25 dagen te weinig, maar men nam de zon permanent waar en aan de hand van de opkomst tijdens de midzomer konden ze het altijd bijstellen. Voor de maan is de omloop van de steen 28 dagen; ruim een halve dag te lang, maar door te kijken wanneer het volle maan was (of de kwartieren als de maan 90 graden van de zon moet staan) konden ze ook dat corrigeren. De knopen gaan in het recept rond in 18,67 jaar, dus bijna goed en dat hoef je maar zeer af en toe te corrigeren. En dat konden ze ook, omdat ze kennelijk gedetail-leerde waarnemingen deden van de opkomst van de maan.

Als je de getallen bekijkt zie je ook dat 56 het meest voor de hand liggende getal is om een dergelijk recept te maken. Ook zie je waarom het een cirkel moest zijn met een relatief grote diameter namelijk, om de gelijke richtingen goed genoeg te kunnen beoordelen. Voor mij is het imponerend dat deze mensen zo lang geleden zulk een bouwwerk konden bouwen. Maar ook, dat ze het zo precies konden oriënteren ten opzichte van de banen aan de hemel van de zon en maan (je hoeft voor dit alles helemaal niet te weten, dat eigenlijk de aarde om de zon gaat). Dat ze het gebruikten voor nauwkeurige waarneming van zon en maan geeft aan met welk ontzag zij deze lichamen beschouwden en geloofden in een verband tussen hun leven en verschijnselen aan de hemel. Maar wat je verstand te boven gaat is dat ze kennelijk in hun verering en aanbidding de moeite namen en de toewijding hadden om regelmaat te vinden in die verschijnselen, waardoor ze verduisteringen van zon en maan konden voorspellen. Het zal ook wel te maken hebben gehad met vrees. Ondanks de kennis de astronomie overviel mij in 1999, bij het zien van het weer tevoorschijn komen van de zon na de totale zonsverduistering een enorm gevoel van opluchting. In vele opzichten kunnen we ons verwant voelen met de bouwers van Stonehenge.

Bronnen:

Boek:

Alfred Watkins, The Old straight track, Londen, 1970.
Wigholt Vleer / Dick van de Dool, Langs mysterieuze plaatsen in Zuidwest-Engeland, Deventer 1984.
Sietse van der Tuin, Fysica van de Heiligheid, 2009, Zoetermeer,  ISBN 978.90.484.0753.8  (het boek is verkrijgbaar bij o.a. Bol.com en de boekhandel).

Website:

www.stonehenge.co.uk/ en.wikipedia.org/wiki/John_Aubrey nl.wikipedia.org/wiki/Stonehenge www.proofleylines.com/site/?page_id=16 www.astro.rug.nl/~vdkruit/jea3/homepage/stonehenge.pdf http://www.skepsis.nl/leylijnen.html www.spirituelepraktijk-de-druide.com/01-stonehenge.html witcombe.sbc.edu/earthmysteries/EMStonehenge.html freespace.virgin.net/philip.dunn/stonehenge.htm www.lundyisleofavalon.co.uk/stonehenge/stnpik04.htm

© 2012, SpiritueleReizenEU