Leiden en de Pilgrim Fathers

Auteur: SpiritueleReizenEU

De Schotse koning Jacobus VI [van 1603 tot 1625 als Jacobus I van Engeland] wilde zijn onderdanen verplichten tot een staatsgodsdienst, ze moesten lid worden van de Anglicaanse Kerk. Dat ging in tegen de opvattingen van de puriteinse calvinisten uit de omgeving van York. Ze weigerden de Anglicaanse Kerk te aanvaarden. Als gevolg werden ze niet op de brandstapel gezet, maar wel 3e rangs burgers behandeld.
Ze moesten soldaten onderdak verlenen en hun goederen werden in beslag genomen. In 1608 week een groep van 100 calvanistische Pilgrim Fathers, onder leiding van ouderling William Brewster en dominee Richard Clifton uit naar Amsterdam. Zij voegden zich bij de Engelse vluchtelingen die al in Amsterdam woonden.
Om niet betrokken te raken bij de twisten tussen deze vluchtelingen, besloten de Pelgrim Fathers in 1609 naar Leiden te gaan. Gedurende elf jaar woonden ze in Leiden, de predikant John Robinson was hun leider. Ze woonden in Leiden, in de wevershuisjes achter de huidige Kloksteeg, waar nu het Jean Pesynhofje is gevestigd.

Pilgrim Fathers ontvluchten de UK
Omdat ze de lokale, Engelstalige gemeenschap en hun Engelstalige dominee, Robert Dury, veel te vrijzinnig vonden, was er geen samenwerking met de vrijzinnige Engelsen. Naar alle waarschijnlijkheid werden de erediensten van de Pilgrim Fathers bij John Robinson in huis gehouden [hij woonde vlakbij de Pieterskerk]. Tijdens hun verblijf sloten een aantal Franse en Waalse vluchtelingen bij hun aan.

Hugenoten en Pilgrims
Tijdens Tachtig Jarige Oorlog werd in de Onze-Lieve-Vrouwekerk kortweg Vrouwekerk genoemd, de eerste protestantse dienst in Leiden gehouden op 20 juli 1572. In de twee daaropvolgende jaren vond het ‘Beleg van Leiden’ plaats, waarbij de Vrouwekerk zwaar beschadigd raakte door Spaanse kanonskogels. De O.L.V. Kerk werd van de ondergang gered door een rijke dame, die het gebouw opkocht en weer doorverkocht aan het Leidse bestuur, op voorwaarde dat die het gebouw geschikt zou maken voor toewijzing aan de hugenoten uit het Belgische Wallonië en Frankrijk. De hugenoten namen het gebouw in 1584 in gebruik als de Waalse kerk. De eredienst werd in het Frans gehouden.

Leiden in de  17de eeuw
Met de komst van steeds meer vluchtelingen uit het zuiden groeide de “Waalse gemeente” in Leiden in de 17de eeuw uit tot 6.000 leden.
De Pilgrim Fathers hadden geen eigen kerkgebouw, en gebruikten daarom naast de Pieterskerk de O.L.V Kerk voor hun doopsels, huwelijken en begrafenissen.
Het 17de eeuwse Leiden was één van de grootste steden in Europa. De stad groeide explosief van 40.000 inwoners aan de vooravond van de Gouden Eeuw, honderd jaar later naar 72.000 inwoners.
Deze snelle groei werd voor een deel veroorzaakt door de toenemende bedrijvigheid in de textielnijverheid. Een grote bloeiende stad waar drie kwart van de bevolking uit buitenlanders bestond, was ook aantrekkelijk voor de groep Pilgrims Fathers die in eigen land werden dwarsgezeten.

Vertrek uit Leiden
In 1620 vertrokken circa 30 leden van de Leidse Pilgrim Fathers met het schip de Speedwell uit Delfshaven
[Rotterdam], en voegden zich in Engeland. Ze vonden de Nederlandse samenleving te veel te liberaal.
Ze waren bang dat hun gemeenschap zou worden vermengd met andere geloven. Een ontwikkeling die bij de gemeenschappen van de Franse en Waalse hugenoten al gaande was. Omdat de Speedwell lekte, stapte een groot deel van de Leidse Pilgrim Fathers over op de Mayflower.

Amerikaans grondwet
Het schip de Mayflower vertrok met groep van Leidse 30 Pilgrim Fathers en enkele hugenoten op 16 september 1620 vanuit het Engelse Plymouth naar Amerika.
Op 9 november kregen zij Massachusetts in zicht en 12 dagen later sloten ze aan boord een onderlinge verdrag, het Mayflower Compact, om hun toekomstige bestuur in Amerika te regelen.
Dat contract werd de bassis van de Amerikaanse grondwet. In het december 1620 stichtten zij de kolonie Plymouth in Massachusetts.
William Bradford, gouveneur van 1621 tot 1656, schreef een verslag over de avonturen van de groep: ‘History of Plymouth plantation’.
In Amerikaanse geschiedenisboeken staan ze vermeld als de allereerste kolonisten. Hun leiders, later de Pilgrim Fathers genoemd, werden beschouwd als de grondleggers van de Amerikaanse staat.

Leidse hugenoten naar Amerika
Een groot aantal van de hugenoten emigreerde later, net als de Pilgrim Fathers, vanuit Leiden naar de Amerika. Een groep emigranten onder leiding van Jessé de Forest vestigde zich als eerste op Manhattan en stichtte hier Nieuw-Amsterdam, dat later herdoopt is tot New York.
Nadat veel van de hugenoten naar de Amerika waren vertrokken, raakte de O.L.V. Kerk geleidelijk aan in verval. Het gebouw was in 1808 zo bouwvallig geworden dat er geen diensten meer in gehouden konden worden. De kerk werd verkocht en grotendeels gesloopt; in 1837 stond alleen nog de kerktoren en wat resten van de muren overeind. In 1840 werd ook de toren gesloopt. De dakspanten van de O.L.V. Kerk werden hergebruikt voor de rooms-katholieke Sint-Petruskerk aan de Langebrug.
Voor de sloop werd het orgel verplaatst naar de voormalige kapel van het St. Catharina Gasthuis, dat ook in gebruik was genomen als tweede Waalse kerk. Een aantal grafstenen en memorietafels werd naar de Pieterskerk overgebracht, zoals die van Carolus Clusius, Josephus Justus Scaliger en Johan Luzac.
Enkele van deze grafzerken werden in 1989 weer op de oorspronkelijke plek teruggeplaatst. Van de kerk zelf zijn alleen nog muurresten blijven staan. De muurruine van de O.L.V. Kerk kreeg de status van rijksmonument. In 1982-1983 werd een begin gemaakt met het restaureren van de overgebleven resten van de O.L.V. Kerk, hierbij werd een poortje uit de sacristie aan de binnenzijde van het koor van de kerk geplaatst. Ook werd een cartouche met de tekst En Salicht Leiden (“en zegen Leiden”), afkomstig uit het in 1929 afgebrande stadhuis van Leiden, ingemetseld in de oostgevel.
Ondanks de restauratie werden de kerkresten een hangplek voor de Leidse jeugd, met veel graffiti en wildplassen. In 1989 adviseerde de Leidse monumentencommissie daarom ook de laatste muurresten van de O.L.V. Kerk af te breken.

USA in rep en roer
In de USA dacht men dat de Pieterskerk gesloopt zou worden! Onder meer het Roosevelt Institute, de Mayflower Society, het historisch genootschap van New York City en oud-president George Bush sr. betreurden de voorgenomen sloop. De Pieterskerk werd vanwege het historische belang voor de hugenoten en de Pilgrim Fathers als een zeer belangrijk onderdeel van het Amerikaanse cultureel-historische erfgoed beschouwd.

Vanuit Parijs vloog  George Bush sr. naar Schiphol voor een tussenstop waarbij hij op 17 juli 1989 de Leidse Pieterskerk heeft bezocht. En heeft mede namens nazaten van de Pigrim Fathers een grote som geld gedoneerd aan de Stichting Pieterskerk.  In 2004 kreeg de Pieterskerk uit Amerika een gift van 100.000 dollar als bijdrage voor het in stand houden van de kerk, mede omdat de kerk onlosmakelijk verbonden is met de Pilgrims Fathers en de Amerikaanse grondwet.

In 2001 besloot de Leidse gemeenteraad om het Leiden American Pilgrim Museum op te zetten.
En In 2008-2009  vond er restauratie van de plaats, waarbij de afgebrokkelde muur van de O.L.V. Kerk, mede vanwege het historische belang voor de hugenoten en de Pilgrim Fathers en als een  belangrijk onderdeel van het Amerikaanse cultureel-historische erfgoed. De muur van de O.L.V. Kerk werd anderhalve meter opgehoogd en bedekt met natuursteen. Bij de restauratie zijn ook de contouren van de kerk aangegeven in de bestrating. Tevens zijn, aan de hand van een grafboek uit 1676, de graven in de kerk aangeduid met stroken natuursteen.

Het Pilgrim museum is in de Beschuitsteeg 9, Leiden. Museum is open op woensdag t/m/ zaterdag tussen 13.00 en 17.00 uur. Toegangsprijs circa 1,50 euro. Het museum ligt vlakbij de Hooglandse Kerk.

In het boekje ‘langs het pelgrimspad in Leiden, Haarlem en de Bollensstreek’ is meer te lezen over de Pieterskerk.

Dit verhaal werd gepubliceerd in de Nieuwsbrief, maart 2017 van PelgrimspadNL.